DX Marathon: een andere manier van contesten
Er bestaat een radioamateurwedstrijd waarvoor je niet om drie uur 's nachts hoeft op te staan, waarvoor je je weekend niet hoeft vrij te houden, en waarbij de eindstand niet op achtenveertig uur wordt beslist...
DX Marathon: een andere manier van contesten
Een heel jaar lang jacht op DX
Voorstelling van de DX Marathon. Met dank aan Mark Wohlschlegel, WC3W, President & Program Administrator van de DX Marathon, en Luis Soto Neira, CA6SNT, DX Marathon Ambassadeur, voor de informatie.
Er bestaat een radioamateurwedstrijd waarvoor je niet om drie uur 's nachts hoeft op te staan, waarvoor je je weekend niet hoeft vrij te houden en waarbij de eindstand niet na achtenveertig uur vastligt. De wedstrijd loopt driehonderdvijfenzestig dagen, deelnemen is gratis en ze brengt vandaag operatoren uit meer dan honderd landen samen. Ze heet de DX Marathon, en de eindstand van 2025 telt samen welgeteld zeventien Belgische, Franse en Nederlandse roepnamen.
De erfenis van CQ
De DX Marathon ontstond in 2006 onder de vleugels van CQ Amateur Radio, het Amerikaanse maandblad dat in januari 1945 werd opgericht en bijna tachtig jaar lang, samen met QST van de ARRL, een van de twee grote stemmen van de radioamateurpers was.
CQ bestaat niet meer. Het blad schortte zijn publicatie op in december 2023 — het laatste nummer, louter digitaal, dateert van oktober 2023 — en de website is van het web verdwenen. Wat de schipbreuk overleefde, zijn de wedstrijden en de diploma's: CQ WW DX, CQ WPX, CQ 160 en CQ WW RTTY werden overgenomen door vrijwilligersteams, onder meer onder de vleugels van de World Wide Radio Operators Foundation, en de WAZ- en WPX-diploma's worden nog altijd uitgereikt. Het merk CQ heeft zijn papieren drager dus overleefd, wat niet zo vaak voorkomt.
De DX Marathon ging dezelfde weg op. Het team onder leiding van Mark Wohlschlegel, WC3W — die in 2022 de fakkel overnam van John Sweeney, K9EL — had het einde van het blad zien aankomen en werkt sindsdien volledig zelfstandig, met eigen vrijwilligers. In de FAQ van het programma maakt de beheerder er trouwens geen geheim van dat de steun van CQ zich de voorbije twintig jaar beperkte tot het publiceren van het reglement in november en de uitslagen in juni, zonder financiële bijdrage of administratieve middelen.
Eén onderdeel van die erfenis blijft niettemin overeind, en het is niet het minste: het programma blijft gebruikmaken van de CQ DX Countries List en de CQ Zone List als officiële lijsten.
Eén punt per entiteit, één punt per zone
Het principe laat zich in drie regels samenvatten. Eén punt voor elke DXCC-entiteit die je dat jaar voor het eerst werkt, één punt voor elke CQ-zone die je dat jaar voor het eerst werkt, en verder niets — geen multipliers, geen bandcoëfficiënten, geen bonussen. Eén en hetzelfde QSO kan beide punten opleveren. Wie in een jaar 238 entiteiten en 37 zones bij elkaar werkt, eindigt op 275.
De teller springt elke 1 januari op nul. Daar zit voor veel deelnemers de echte waarde van het programma: het is een meetinstrument voor je eigen vooruitgang. Een antenne die drie meter hoger komt, een voorversterker, een nieuwe transceiver, een beter inzicht in de propagatiekaarten — dat alles lees je rechtstreeks af in je eindscore, vergeleken met die van het jaar voordien. Mark Wohlschlegel vertelt graag dat hij zeven jaar deelnam voor hij het beheer van het programma overnam, zonder andere ambitie dan die.
Alle HF-banden tellen mee, van 160 tot 6 meter, inclusief de WARC-banden (30, 17 en 12 m) die elders vaak worden uitgesloten. Ook contesten is perfect verenigbaar met de DX Marathon: elke entiteit of zone die je tijdens een wedstrijd vanaf hetzelfde station werkt, telt mee voor je score. Contesters behoren trouwens tot de beste deelnemers
Not playing against the big guns
Dat is misschien wel het interessantste aspect van het programma, en precies daarom verdient het de aandacht van OM's met een bescheiden station: je neemt het niet tegen iedereen op. Vier klassen delen stations met vergelijkbare middelen in, zodat de rangschikking eerder het vakmanschap van de operator beloont dan de hoogte van de mast.

Een OM met 100 W en een G5RV meet zich dus niet met een station met een stack van yagi's.
Er is een vijfde categorie – de DX Marathon Challenge – die gelijktijdig loopt en gecombineerd kan worden met een standaarddeelname, mits er twee afzonderlijke inzendingen worden gedaan. Met de DX Marathon Challenge kunnen deelnemers het totaal aantal gewerkte entiteiten en zones in 2026 per amateurband (inclusief de WARC-banden: 10m, 12m, 15m, 17m, 20m, 30m, 40m, 80m) afzonderlijk bijhouden, gebruikmakend van CW, spraak (Phone) of digitale modi. Binnen de Challenge wordt geen onderscheid gemaakt naar klasse, antennetype of zendvermogen. Let op: voor deelname aan de DX Marathon Challenge is geen registratie op de website vereist.
Eén waarschuwing is hier op zijn plaats, want de organisatoren zijn sinds 2026 streng op dit punt. Het inzendformulier eist voor de klassen Limited, Formula en QRP een volledige beschrijving van het antennesysteem: type, hoogte boven de grond, lengte van de draden, aantal elementen en boomlengte bij een yagi. Een onvolledige of dubbelzinnige beschrijving leidt tot automatische herindeling in Unlimited, en er kunnen foto's worden gevraagd. Bij twijfel vraag je de beheerder het best om raad voordat je je inzending verstuurt.
Drie assen, vrij te combineren
Naast de klassen houdt het programma er rekening mee dat iedereen op zijn eigen manier werkt.


Die drie assen staan los van elkaar: niets belet je om je in te schrijven in QRP, op één band — bijvoorbeeld 20 m — en uitsluitend in CW, en tegelijk je score aan de clubcompetitie van je afdeling toe te voegen.
Een certificaat voor iedereen, plaquettes voor enkelen
Honderd procent van de deelnemers krijgt een deelnamecertificaat, met de totaalscore en een reeks kerncijfers per categorie. In 2025 werden een veertigtal plaquettes uitgereikt aan de winnaars van de verschillende klassen en categorieën, en aan de beste nationale scores in de landen die een sponsor vonden. Daarnaast is er een prijs voor de club met de grootste vooruitgang van het ene jaar op het andere.
Het naleeswerk is flink versneld: het team mikt voortaan op een publicatie van de definitieve uitslagen rond 1 april, bijna drie maanden eerder dan voorheen.
Hoe schrijf je je in?
In de praktijk
- Periode: van 1 januari tot 31 december. Het definitieve log kan worden ingediend tot 5 januari van het volgende jaar, 23:59 UTC.
- Kostprijs: gratis. Geen inschrijvingsgeld, geen lidmaatschap vereist.
- Inschrijven in de loop van het jaar: zonder enig nadeel. Alle QSO's die sinds 1 januari in je log staan, tellen mee.
- Werkwijze: exporteer het ADIF-bestand uit je logprogramma, maak een account aan op entry.dxmarathon.com, upload het bestand en beantwoord de vragen over vermogen en antennes.
- Bijwerken: je kunt tijdens het jaar zoveel inzendingen doen als je wilt; elke nieuwe inzending vervangt de vorige.
- Leaderboard: vergeet niet het vakje aan te vinken dat publicatie van je score toestaat. Veel deelnemers vergeten dat en verbazen zich er nadien over dat ze er niet in staan.
- Reglement: www.dxmarathon.com. Het reglement 2026 is beschikbaar in het Frans (vertaling Patrice, F6GCP) en in het Nederlands (vertaling Marc Domen, ON9TT); die versies zijn louter informatief, enkel de Engelse versie is rechtsgeldig.
Na elke inzending krijg je een volledig rapport van de DXCC-entiteiten en CQ-zones die je sinds het begin van het jaar hebt gewerkt. In de praktijk is dat gedetailleerd genoeg om het hele seizoen als dashboard te dienen.
Nu is het aan jou
2025 betekende een keerpunt voor het programma: ruim 30 % meer logs, bijna 500 000 ingezonden QSO's tegenover 338 000 het jaar voordien. En vooral: Europa kwam in beweging. De Europese deelname steeg op één jaar tijd met 89 %, de sterkste groei van alle regio's ter wereld. In Duitsland was de deelname bijna zeven keer zo hoog, in Italië vier keer zo hoog. Zozeer zelfs dat de organisatoren, die Europa tot voor kort nog als ondervertegenwoordigd bestempelden, er vandaag — samen met Japan — hun groeiprioriteit voor 2026 van maken.
België, Nederland en Frankrijk zijn die beweging niet gevolgd. In de eindstand van 2025, alle klassen samen, staan zes Belgische roepnamen: ON6NL (301 punten, Unlimited), OO4M (282), ON4VT (252), ON9TT (196, Formula Unlimited), ON6SAT (172, tevens eerste Belg op één band 12 m) en ON2AD (167, Formula 100). Geen enkele Belg in Limited, geen enkele in QRP.
Aan Franse zijde is het aantal identiek — zes roepnamen: F6ITD (301), F4HAB (269), F4GYM (258, Limited), F5UKW (220), F6JOE (125, Formula 100) en F5IJO (40). In Nederland zijn het er maar vijf: PA3FQA (293), PA2TA (232, Formula 100), PE2V (107), PC3T (42) en PD0GTO (19). Zeventien operatoren voor drie landen, terwijl Duitsland en Italië er elk enkele tientallen op de been brengen.
En toch. Van die zeventien roepnamen gingen er twee met een wereldplaquette naar huis. Cédric, F5UKW, won de wereldtitel op 6 meter met 220 punten — een nieuw absoluut record voor die band. Dick, PA3FQA, verdedigde met succes zijn titel in de categorie uitsluitend CW met 293 punten, de beste wereldscore van die categorie. Aan Belgische zijde plaatsen de 301 punten van ON6NL hem in het bovenste derde van de wereldrangschikking in de klasse Unlimited.
Met andere woorden: het probleem is noch de geografische ligging, noch het niveau van de operatoren. Het is gewoon een gebrek aan bekendheid van het programma. En op dat vlak beweegt er iets: het reglement 2026 bestaat voortaan ook in het Nederlands, vertaald door Marc Domen, ON9TT — een van de zes Belgen uit de eindstand. De Franse versie is het werk van Patrice, F6GCP. De middelen zijn er dus; alleen de deelnemers ontbreken nog.
Niets rechtvaardigt die terughoudendheid echt. Inschrijven kost niets. En de indeling in klassen is precies op maat gesneden van het gewone Europese station: een klein perceel, buren dichtbij, een draadantenne in de tuin of een vertical op het dak, maximaal 100 W. In Formula of Limited zijn die omstandigheden geen handicap, ze zijn de norm — het is trouwens de klasse Formula die in 2025 het sterkst groeide, met bijna 60 % meer deelnemers.
Dan blijft nog de kwestie van de tijd, en dat is wellicht het beste argument. De DX Marathon vraagt geen weekend dat je volledig moet opofferen, geen inschrijving op een vaste datum en geen bijzondere installatie. Een uurtje 's avonds, een kwartiertje op 40 meter voor je gaat werken, een regenachtige zondag waarop je naar een DX-expeditie uitkijkt: alles telt, alles telt op, en het ADIF-bestand doet de rest. Je kunt je vandaag inschrijven en meteen de score zien die je sinds 1 januari al hebt verzameld.
Voor wie in clubverband werkt, is de clubcompetitie zeker de moeite waard: er is geen enkele organisatie voor nodig, iedereen werkt van thuis uit, en de individuele scores tellen op ten voordele van de afdeling. Het is een sterke stimulans voor onderlinge motivatie — verschillende Amerikaanse clubs zagen daardoor hun activiteit weer toenemen — en een manier om je club internationaal zichtbaar te maken zonder ook maar één expeditie op te zetten.
Zeventien roepnamen voor België, Frankrijk en Nederland samen. Het hangt alleen van ons af of dat cijfer over een jaar belachelijk laag lijkt.
Veel plezier op de banden, goede propagatie en tot horens!
73!
ON7VZ